Opinie: Hoe racisme en nationale onderdrukking tegen te gaan? (Deel 3)

Dit artikel is geschreven door een kameraad. Dit is deel 3. De opinies zijn niet per se die van Revolutionaire Eenheid.

Deel III (laatste deel)

De theoretische tegenstellingen:

De problemen van nationale onderdrukking en racisme doen zich al eeuwen voor, waardoor er bewegingen, organisaties en zelfs partijen ontstonden die tegen deze nationale onderdrukking streden en er zelfs voor stierven. Hierbij is het onze plicht om tenminste de vraag te stellen wat hiervan de bron is zodat we het bij de wortels uit de bodem kunnen trekken om deze strijd tot haar einde te brengen. Ieder individu dat oprecht is in zijn of haar intenties zal deze oorzaken ook even oprecht moeten analyseren.

De voornaamste tegenstelling in de discussie van de anti-racisme beweging is tussen idealisme en materialisme, oftewel ras of klassen. Welke van de twee komt als eerst? En wat is de relatie daartussen?[1] Racisme en nationale onderdrukking vindt haar bron zonder enige twijfel in het moderne imperialisme, en haar verleden koloniale avonturen. Materie wordt (in de één of andere vorm) altijd vertaald in de brein, en deze ideeën werken in op de materiële basis. Wat bedoelde we hiermee?

Arbeid is een noodzakelijkheid voor het menselijk bestaan, de basis van de maatschappij en onlosmakelijk verbonden aan elk maatschappijvorm. Zonder werk is er geen eten, kleding en onderdak en kan het bestaan van de mensheid niet voort worden gezet. De wijze waarop mensen met elkaar samenwerken en hun rijkdommen verdelen is bepalend voor de gehele structuur van de maatschappij, oftewel de heersende ideeën en cultuur, het bestaan van klassen, de politiek, de instituties, de wetenschap enz. Materie is primair en ideeën zijn secundair, en deze twee staan constant met elkaar in dialoog.

Elke systeem van productie berustend op exploitatie ontwikkelt bepaalde ideologieën om de sociale klassen te verdelen en haar eigen exploitatie te legitimeren. Deze ideologieën of ‘mechanismen’ komen nooit uit de lucht vallen, maar komen daarentegen voort uit een bepaalde systeem van productie en ontwikkelen zichzelf op basis daarvan.

Het kapitalisme is een economisch systeem waarbij alle economische (materiële) beslissingen geconcentreerd worden in de handen van individuen waardoor ze al het welvaart uit handen van de meerderheid van mensen beroven en in eigen zakken stoppen. Dit brengt een splitsing teweeg in de maatschappij in twee fundamentele klassen – proletariaat en burgerij. De ideeën en cultuur van deze kapitalisten (rijke tatta’s) zullen gelden als de heersende ideeën in de maatschappij die met hun nationalistische ideeën en cultuur een deel van het proletariaat aan zich knechten, waardoor een ander gedeelte meer wordt onderdrukt en verder raakt gemarginaliseerd.

Tegelijkertijd bestaat het kapitalisme uit competitie, en niet alleen tussen de sociale klassen, maar ook tussen de individuen onderling binnen deze klassen. Doordat de individuen in het proletariaat in competitie treden met elkaar voor een baan, vertaald deze frictie zichzelf in nationalistische haat en verbittering op de ander. Deze competitie en onzekerheid geeft voedingsbodem aan de heersende nationalistische ideeën, zeker wanneer er dreiging is voor het verlies aan werk of door andere verslechteringen van levensomstandigheden (vooral ten tijden van economische crisis).

De instituties bestaan niet los van de wereld en zweven niet eeuwig in de lucht, maar vloeien voort uit de economie van een maatschappij en ontwikkelen zichzelf op basis daarvan. Deze instituties functioneren op basis van dezelfde heersende racistische en nationalistische ideologieën.

En ten slotte vindt het nationale onderdrukking haar bron in het verleden kolonialisme en haar tegenwoordige moderne imperialistische plunderingen over de wereld die gehele volkeren onderwerpt. Door de economische exploitatie, roof, plunderingen en moord van volkeren over de wereld moest het worden gelegitimeerd op basis van racistische ideeën. De koloniale overblijfselen van voorgaande stadia van economische ontwikkeling wordt als een dood gewicht overgedragen naar volgende generaties en overleefd het meestal door traditie of de kracht van passiviteit. De huidige imperialistische plunderingen en geweld over de wereld blijft leven geven aan deze achterwaartse ideeën.

Buiten deze omstandigheden geplaatst zal een witte huidskleur even onderdrukkend zijn als vrede dat is voor een onderdrukte volk. Het is niet de huidskleur op zichzelf die de onderdrukking met zich mee brengt, net zomin als dat goud op zichzelf de waarde van geld vertegenwoordigt of dat een machine dienst doet als kapitaal. Het zijn de moderne kapitalistische omstandigheden die al het welvaart in de handen van witte individuen forceren en deze welvaart verkrijgen op basis van onderdrukking, plunderingen en roof van omliggende landen, en door middel van uitzuiging van de eigen werkende massa’s. Deze kapitalisten vertegenwoordigen de heersende nationalistische ideologie en op basis daarvan rechtvaardigt ze haar exploitatie van de werkende bevolking die de fragmentatie van het proletariaat en onderdrukking van minderheden en naties met zich meebrengt. Vanwege de competitie om een baan zullen delen van het proletariaat makkelijker vatbaar zijn voor deze nationalistische ideeën, waardoor haar dreiging voor het verlies aan werk wordt vertaald in afgunst, haat en soms zelfs geweld jegens nationale minderheden. De instituties die op basis van deze economische systeem in het leven komen functioneren op basis van dezelfde racistische en nationalistische ideeën en vertegenwoordigen de reactie. De economie is dus primair en de racistische ideologie die het in leven roept is daar het product van, oftewel secundair. Alleen een omwenteling van deze economische basis geeft de mogelijkheid voor een verandering van deze ideologieën, en omgekeerd hebben we de juiste ideologieën nodig (in de eerste en tweede artikel reeds geformuleerd) om deze economische basis te kunnen veranderen.

De op slaven gebaseerde economie in de Oudheid functioneerde niet op basis van huidskleur en maakte daar ook geen verwijzingen naar (voor zover ik weet), evenmin geldt dat voor het feodale tijdperk en haar door religie gehulde oorlogen.[2] Zonder het bestaan van dit kapitalistische systeem zou er geen noodzaak meer zijn voor afgunst en onderdrukking van culturele verschillen. Deze problemen ontwikkelen zichzelf daarentegen na de opkomst van het kapitalisme en haar koloniale extensies, en haar verdere ontwikkeling en overgang naar het moderne imperialisme. Alleen door een einde te maken aan dit systeem van productie zal de mogelijkheid bestaan om een einde te brengen aan iedere exploitatie, onderdrukking en privilege. Om dat in beweging te brengen zullen we onszelf moeten verenigen.

Daarnaast wordt er vaak kritiek geleverd dat marxisten zich schuldig maken aan ‘klassen reductionisme’. Uit de aard van polemiek kan het voortkomen dat mensen de eigen zijde meer benadrukken dan noodzakelijk is, zodat de ene zijde ras meer benadrukt dan nodig is en als reactie daarop de andere klasse te veel benadrukt. Als beide zijden daardoor in deze polemiek de andere zijden verwaarlozen, maken ze een fout. Dan is het begrijpelijk dat mensen Marxisten ‘klassen reductionisten’ noemen.

Los daarvan steun ik deze term niet volledig, omdat het in wezen een liberale kritiek is. Dat mensen behoren tot een bepaalde sociale klassen is nou eenmaal een feit en daar kan niemand onderuit hoe erg ze zich ook boven hun sociale klassen verheven mogen voelen. Om de sociale klassen hiermee te verdoezelen is leugenachtig burgerlijk kritiek waar we onszelf tegen moeten verzetten. Wat wij daarentegen wel horen te bekritiseren is ‘klassen essentialisme’. Dat wil zeggen dat bepaalde ‘marxisten’ een ideale essentie voor zich zien van de proletariër als de blanke werker en deze op de voorgrond van hun politiek zetten. Deze politiek is niet werkelijk materialistisch, maar idealistisch. Deze zogenaamde marxisten lossen hun blanke wezen in het proletarische wezen op. Maar hun blanke wezen is niet één of andere abstractie inherent in elk proletarische individu, maar een uitdrukking van de economische en nationale verhoudingen.[3] Vanwege de fragmenterende inhoud van deze politiek is het compleet terecht om het regelrecht chauvinistisch (nationalistisch) te noemen. Het verdoezeld en bedekt het racisme in de maatschappij en legitimeert zo de bestaande heersende racistische ideeën. Het beschouwt racisme als een belemmering voor de strijd van het proletariaat, terwijl deze racisme en haar fragmentatie juist blootgesteld moet worden en de strijd ertegen in verbinding moet worden gebracht met het belang en voor de eenheid van het proletariaat. Zoals de burgerlijke critici de sociale klassen proberen te verdoezelen, zo proberen haar opponenten nationale onderdrukking te verduisteren.

Als marxisten horen we ten einde door te ontkennen dat klassen niet los staat van ras, dat we in onze strijd tegen witte suprematie proletarische principes voorop stellen, en niet omgekeerd de proletarische strijd op basis van burgerlijk nationalistische principes stellen. We steunen de strijd tegen nationale onderdrukking en racisme, we onderstrepen het recht van onderdrukte naties voor zelfbeschikking, hun vrije staatkundige afscheiding langs volledig vrije, democratische weg, geen privilege voor welke natie, taal of cultuur dan ook, we verzetten onszelf tegen racistisch politiegeweld en islamofobie. Maar voor geen seconde strekken we onze hand uit om de kleinburgerlijke kritiek gebaseerd op huidskleur of op een extreem nationalisme te omarmen om de strijd van het proletariaat daarmee te voeren, we zullen juist omgekeerd de strijd voor nationale autonomie en vrijheid van geloof baseren op het proletariaat en haar principes van samenwerking. We zullen dus geen enkel ogenblik sociale klasse van ras (of nationaliteit) scheiden in onze strijd tegen racisme.

         

Werkers en onderdrukte volkeren van alle landen, verenig je!

 We hebben niks te verliezen behalve onze ketenen!

[1]     “Wherein lies the basic difference between idealism and materialism? It lies in the opposite answers given by the two to the fundamental question in philosophy, that of the relationship between spirit and matter (that of the relationship between consciousness and existence). Idealism considers spirit (consciousness, concepts, the subject) as the source of all that exists on earth, and matter (nature and society, the object) as secondary and subordinate, Materialism recognizes the independent existence of matter as detached from spirit and considers spirit as secondary and subordinate..“ – Mao Tse-Tung. Vervang hierbij de woorden idealisme en materialisme met klassen en ras, en je ontgoochelt de kern van de tegenwoordige politieke debat.

[2]     Hier moet nog uitgebreid onderzoek naar worden gedaan. Als er wel degelijk een vorm van racisme bestond vóór het kapitalistische productiesysteem, dan heeft het zichzelf op basis van dit systeem verder ontwikkelt, omdat het daarbij is gebaat. De volkeren die buiten de eigen polis woonden in de Oudheid werden door de heersende klasse afgeschilderd als “barbaars”. Dit kon gaan om eetgewoontes, kledingstijl, de man-vrouw relatie, het gebruik van parfum enz. Dezelfde retoriek die de Grieken gebruikten tegen de Perzen werd ook weer gebruikt door de Romeinen tegen hen. Maar specifieke aanvallen op de huidskleur en een systeem van tweederangsburgerschap gebaseerd daarop heb ik nog niet kunnen vinden. Tweederangsburgersschap bestond bijvoorbeeld wel voor de perioikoi in Sparta, maar had niks te maken met het huidskleur. Net zomin bestonden er theorieën gebaseerd op “rassen” in de Middeleeuwen. Toch ben ik een racistische uitspraak tegengekomen van een 15e eeuwse filosoof Ibn Khadlun waar ik nog weinig van weet. De moderne vorm van racisme ontwikkelt zichzelf daarentegen door het kapitalisme die kolonialisme en de wetenschappelijke traditie met zich mee brengt.

[3]     “Feuerbach lost het religieuze wezen in het menselijke wezen op. Maar het menselijke wezen is geen abstractie die in het afzonderlijke individu huist. In zijn werkelijkheid is het het geheel van de maatschappelijke verhoudingen.“ Karl Marx: “Stellingen op Feuerbach.” nmr. 6.

Leave a Comment